ebook img

Mary Ann van Huis PDF

193 Pages·1958·0.77 MB·German
Save to my drive
Quick download
Download
Most books are stored in the elastic cloud where traffic is expensive. For this reason, we have a limit on daily download.

Preview Mary Ann van Huis

Oorspronkelijke titel: THE DEVIL AND MARY ANN Vertaling: A. E. HERMANS DE ROOS Omslagontwerp: P. A. H. VAN DER HARST © Copyright Catherine Cookson © MCMLXXIX Elsevier Nederland B. V., Amsterdam/Brussel D/MCMLXXX/OI99/464 ISBN 90 10 02490 3 Deze uitgave is verzorgd door B. V. Uitgeversmaatschappij Elsevier Boekerij. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoud 1. De dag begint 2. Een hele gulden 3. Meneer Lord krijgt hoorntjes 4. Een tweede Sarah Flannagan 5. Het bedincident 6. Wat bedoelt onze Michael? 7. Mary Ann is verdwenen 8. Alles staat op zijn kop 9. Ik heb berouw van alles 10. Mike en Tony 11. Meneer Lord wil Mary Ann zien 12. Waar lach je zo om? 1. De dag begint Voor haar slaapkamerraam in de boerderij stond Mary Ann bijna voor de laatste keer over haar koninkrijk uit te kijken. Beneden haar lag een stuk van de tuin. Late muurbloemen gloeiden in rode en gele plekken, maar het was naar de lang uitgegroeide en omgeknakte bladeren van de narcissen dat haar blik nu werd getrokken, want die symboliseerden haar gevoelens. Ook zij was aan het afsterven — ze voelde dat ze aan het afsterven was. Morgen, als ze de boerderij verliet en van haar vader en haar moeder en hun Michael wegging, zou ze sterven. Hoe kon ze zonder hen in leven blijven? Nu ja, zonder haar vader tenminste? De scheiding van haar moeder zou een vreselijk verdriet veroorzaken, maar van haar vader gescheiden te worden zou alle lust om te blijven leven uit haar wegzuigen. Ze voelde dat het opeens rondom haar neus begon te trekken en ze zei vermanend tot zichzelf: 'Begin nou maar niet te grienen, zo meteen komt je moeder boven!' Haar grote bruine ogen, die het grootste gedeelte van haar kaboutergezichtje in beslag schenen te nemen, knipperden en ze liet haar blik over haar koninkrijk dwalen. De gezellig opeengedrongen gebouwen, die drie zijden van het erf omzoomden; de fundering voor de grote, nieuwe schuur rechts; de twee arbeiderswoninkjes, aan het weggetje dat langs de toegangshekken van de boerderij liep waarvan er een tot voor nog zo korte tijd door hen zelf bewoond was geweest; en ginds, tegen de heuvel op, achter de huisjes, het nieuwe huis van meneer Lord, dat als wachter en eigenaar van de hele bezitting boven alles troonde. Zelfs dit lag binnen de grenzen van haar koninkrijk. En het was haar koninkrijk, voor haar vader gekocht met haar opoffering. Wij weten natuurlijk niet precies waaraan Mary Ann allemaal dacht, maar haar gevoelens zeiden haar duidelijker dan wat ook dat ze zich uit liefde voor haar vader aan meneer Lord had verkocht. De prijs die hij van haar gevergd had, was: zich een goede opvoeding laten aanleunen, en die zou morgen beginnen. Tot dank had haar vader bedrijfsleider van de boerderij mogen worden. Maar natuurlijk wist haar vader niets van deze ruilhandel af. Oei nee! En hij mocht het nóóit weten ook. Het feit dat haar vader nu bedrijfsleider was op de boerderij waarop hij, een maand geleden, maar gewoon knecht was geweest, had nog steeds de glans van een wonder om zich heen. En het wonder werd nog duizendmaal groter als ze terugdacht aan de tijd, niet meer dan een paar maanden geleden, toen ze in Jarrow op twee zolderkamertjes ergens bovenin Mulhattans Hall hadden gewoond, en haar vader op de werf had gewerkt en eeuwig en altijd boven zijn theewater was. Oei! Hoe kon ze nu zo iets denken! Ze schudde krachtig het hoofd om de herinnering te verjagen. Haar vader was nooit dronken, niet echt tenminste; hij werd een beetje ziek, maar nooit dronken. Iedereen wist dat hij nooit echt dronken was; die leugen was door Sarah Flannagan in omloop gebracht. O, die Sarah Flannagan! Een klein vreugdestraaltje baande zich een weg door de sombere duisternis in haar hoofdje. Vandaag, als ze naar Mulhattans Hall ging om van mevrouw McBride afscheid te nemen, hoopte ze dat die nare, kattige, brutale leugenbrok op straat zou zijn, dan zou ze haar eens iets laten zien! Ze zou van top tot teen in haar nieuwe kleren zijn gestoken, en vechten zou ze niet met haar. Nee, vechten was nu volkomen van de baan! Ze zou naar haar toegaan en dan zou ze zeggen: 'Nou zie je het maar, hè, Sarah Flannagan, alles wat ik gezegd heb is stuk voor stuk uitgekomen. Me vader is bedrijfsleider, en ik ga een echte dame worden, die heel deftig praat. Kijk nou maar eens of je daarvan terug hebt!' Ja, dat zou ze tegen haar zeggen, zonder plat te spreken. Dan zou ze wegwandelen, met opgeheven hoofd. Het ging een drukke dag worden. Ze moest ook pastoor Owen nog opzoeken en een laatste bezoek aan de Heilige Familie brengen. Verdriet maakte zich bij deze gedachte opnieuw van haar meester, maar die werd onmiddellijk weggevaagd bij het zien van haar vader. Hij was juist uit de koeiestal gekomen en stak met meneer Jones het erf over. Haar hart zwol van trots. Hij zag er geweldig uit, haar vader; zelfs met maar één hand was hij beter en flinker dan welke man ter wereld ook. De gedachte aan zijn verminking deed een vlam van tederheid door haar heen schieten. Maar hij speelde het allemaal toch maar heel goed klaar! Ze legde voor zichzelf de nadruk op dit punt, want telkens als zij even bewust aan het ongeval dacht dat hem zijn hand had gekost, werd zij door grote angst overvallen. Die angst probeerde zij terug te duwen, zonder een poging te doen achter de reden voor de aanwezigheid ervan te komen. Mike Shaughnessy had een heel goede daad verricht toen hij de schuld aan het ongeval van haar jonge schouders had genomen en op zijn eigen onvoorzichtigheid had geworpen. Door dat te doen, had hij de bron van het berouw dichtgestopt, die haar anders zeker van haar verstand zou hebben beroofd. Toen haar vader de haak voor zijn armstomp kreeg, zei hij dat zijn hand nu tegen tien gewone handen zou opwegen. Dat had hij haar gisteren ook weer verteld, toen zij naar zijn kantoor was gegaan ja zeker, het was nu zijn kantoor om hem te zeggen dat het eten klaar was. Hij had toen het werk dat hij met de boeken deed laten rusten en had haar opeens op zijn schoot getild. Lange tijd had hij haar dicht tegen zich aan gedrukt. Toen was meneer Lord binnengekomen, en haar vader had haar neergezet en was helemaal rood in zijn gezicht geworden. Niemand had er een woord over gezegd, en dat had een zeker gevoel van onrust bij haar achtergelaten. Toch kon zij eigenlijk niet helemaal begrijpen waarom ze zich daar ongerust over zou maken. Maar dat deed ze nu eenmaal altijd als meneer Lord kwam binnenvallen terwijl zij bij haar vader was. Als ze meneer Lord helemaal voor zich alleen had, voelde ze nooit iets van dien aard; ze kon honderd uit met hem praten en hem ook aan het lachen maken. Maar niet als haar vader erbij was. Haar vader kwam nu op de boerderij toe en meneer Jones liep naar zijn eigen huisje. Meneer Jones leek kleiner dan ooit. Meneer Jones mocht haar niet. Hij sprak nooit een woord tegen haar, tenminste niet sinds die keer toen ze op Guy Fawkesdag een vuurwerkbommetje onder zijn bed had gegooid en hij als een krankzinnige in zijn onderbroek zijn huisje was komen uitrennen. Het was op die dag geweest dat meneer Lord zo had gelachen en haar vader kwaad op haar was geworden, kwader dan hij ooit was geweest. Hij had toen gezegd dat ze een pak slaag zou krijgen, en meneer Lord had gezegd van niet. Dat was de eerste maal geweest dat ze dat eigenaardige, vreemde iets tussen die twee had aangevoeld. Ze tikte nu tegen het raam en wuifde naar haar vader. Mike wuifde terug, met een wijde zwaai van zijn lange arm. Hij was bijna bij het hekje toen om de hoek van de boerderij mevrouw Polinski aankwam. 'Goedemorgen, ' riep ze hem toe, en hij antwoordde: 'Ook goeiemorgen. ' Hij bleef bij het hekje stilstaan toen zij haastig kwam aanlopen en Mary Ann bleef op hen neerkijken. Mevrouw Polinski was blond, maar haar haar was niet zoals dat van haar moeder in een grote toet tegen haar achterhoofd opgestoken en van zo'n mooie kleur alsof je in'de zon keek; nee, het haar van mevrouw Polinski was ruig en slordig, het was als een echte jongenskop geknipt, met pieken aan alle kanten. Maar ze leek niets op een jongen. Mevrouw Polinski deed altijd erg aardig tegen haar. Desondanks wist Mary Ann niet goed wat ze aan haar had. Een ondefinieerbaar gevoel weerhield haar ervan de vrouw van de nieuwe knecht te accepteren op de voorwaarden die zij zo royaal aanbood zo iets van: we zijn toch kinderen onder elkaar. Mevrouw Polinski was oud, ze was boven de twintig, en dus boven de jaren om zich als een kind aan te stellen hinkelen en touwtjespringen inbegrepen! Haar vader lachte om mevrouw Polinski als die met haar speelde, maar haar moeder zei dat het haar heel wat beter zou passen naar binnen te gaan en het jasje van meneer Polinski te repareren en eens een behoorlijk maal voor hem te koken. 'Ze leert het nog wel, ' zei haar vader dan. Haar vader was op meneer Polinski gesteld. Hij zei dat meneer Polinski, al kon het minste of geringste windvlaagje hem omverblazen, dubbel zoveel werk kon verzetten als meneer Jones. Op een goede dag zou hij op zijn eigen boerderij komen te zitten en dat was hem van harte gegund. Meneer Polinski kwam uit Polen, maar mevrouw Polinski was gewoon een Engelse uit Dover. Ze keek nu hoe mevrouw Polinski tegen haar vader stond te lachen en hoe haar vader teruglachte. O, haar vader zag er werkelijk geweldig leuk uit. Zijn rooie haar zat in de war, de kraag van zijn overhemd stond open en ze zag het kroezige haar bovenaan zijn borst. 'Ben je nog niet aangekleed?' Ze draaide zich snel om naar de deur, en daar stond Michael. Hij keek vanmorgen niet zo ernstig en donker als gewoonlijk en zijn stem klonk ongewoon vriendelijk. Tot op de dag van gisteren zou zijn begroeting de vorm hebben aangenomen van: 'Schiet nou eindelijk eens op, meid, of je krijgt er weer van langs. ' waarop haar antwoord iets geweest zou zijn in de geest van: 'Och, hoepel op, idioot!' Maar op deze laatste dag van haar leven lag er in haar antwoord zelfs een zweem van lieflijke zachtheid, toen ze zei: 'Ik ben in een wip klaar, Michael!' En ze was in een wip klaar, want ze schoot met grote snelheid haar kleren aan — niet haar goede kleren, want die zouden haar pas na het ontbijt en haar gebruikelijke ronde over het erf mogen sieren en binnen enkele minuten was ze beneden. Alsof ze hem in weken niet had gezien, sprong ze regelrecht in Mikes armen. Mike had juist iets gezegd tegen Lizzie, die bij het fornuis stond, en toen Mary Ann zijn gezicht naar het hare toekeerde, zei hij nog tegen zijn vrouw: 'Jij zou haar heel wat kunnen leren... Polinski heeft het op het ogenblik lang niet best. Waarom neem jij haar niet eens onder je hoede, Liz?' 'Je weet hoe ik erover denk. Nu ja, we zullen het er later nog weleens over hebben. ' Deze aarzeling van de kant van haar moeder om over mevrouw Polinski te praten, kwam dit voelde Mary Ann wel aan, zonder dat zij zich er overmatig door gekwetst voelde doordat zij erbij was. Maar door het weinige dat ze gehoord had, werd Mary Anns opinie omtrent haar eigen oordeel er alleen maar beter op. Haar moeder mocht mevrouw Polinski blijkbaar ook niet zo graag! 'Ga aan tafel zitten... vooruit!' Lizzie wendde zich van het fornuis af en gaf Mary Ann een vriendschappelijk klapje op haar bips. Mary Ann greep zich stevig aan Mikes nek vast en gilde: 'Ze ranselt me af, vader, ze ranselt me af!' Toen ze hierover allemaal in de lach schoten, zelfs Michael, kwam Mary Ann meteen in de zevende hemel terecht, terwijl de dag van morgen met een sprong in de verre toekomst belandde, zodat zij nog de hele dag van heden overhad. Haar vader en moeder waren blij en gelukkig, vereend door een band van liefde die bijna tastbaar was. Hun Michael deed echt aardig, en daar, met een spiegelei er bovenop, lag een heerlijk vers broodje op haar bordje, geen gewone boterham zoals anders en dat zij dan ook alleen nog maar mocht opeten als ze eerst een reusachtig bord pap door haar keel had gewrongen. Toen ze allemaal zaten en het tafelgebed was opgezegd waaraan Mike niet mee deed begonnen ze te eten, maar na korte tijd hield het gezellige gepraat ineens op. Mary Ann voelde, midden in het kauwen en het genieten van een verrukkelijk grote hap brood met ei, hoe haar mond van verbazing openviel toen ze haar moeder snel van tafel zag opstaan en in de bijkeuken verdwijnen. Huilde haar moeder... ? Toen hield haar vader, de ogen strak op zijn bord gevestigd, op met eten. En toen slokte hun Michael, met zijn mond vol geroosterd brood, een paar grote teugen thee naar binnen, en moeder had hem toch honderden keren gezegd dat hij niet mocht drinken met zijn mond vol! En bijna even vlug als ze was weggelopen, kwam Lizzie de kamer weer binnen met wat gesneden boterhammen en daar, vlak voor Mary Anns neus, stond op tafel een schaal vol brood waar nog niemand van had genomen. De stilte schreeuwde Mary Ann in de oren en werd bijna ondraaglijk. Haar aangeboren zin voor wat in een bepaalde situatie vereist was, zei haar dat er dringend behoefte aan een paar sterk afleidende woorden bestond. Zonder dat ze er verder over had nagedacht, hoorde ze zichzelf zeggen: 'Als ik Sarah Flannagan zie, zal ze wat van me te horen krijgen! Dan zeg ik: "Jouw vader kan niet zulke kleren voor jou kopen als deze!" ' 'En jouw vader heeft dat ook niet gedaan. ' Mikes stem klonk toonloos en er lag een beetje bitterheid in zijn blik. Mary Ann keek over de tafel heen haar vader aan; toen wendde ze haar blik af en keek naar haar moeder. Lizzie zat ijverig te eten en hief het hoofd niet op. Ze had net het verkeerde gezegd haar vader had geen kleren voor haar gekocht, dat had meneer Lord gedaan, hele kisten vol. Nou ja, twee grote koffers vol, te beginnen met wollen hemdjes tot en met een zwart vilten schoolhoed en een grijze voor 's zondags. En overal stond haar naam op Mary Ann Shaughnessy. Haar moeder had er dagen en dagen aan zitten te naaien. Alles wat ze bezat was haar door meneer Lord gegeven, en dat vond haar vader niet prettig. Ze was een stommeling dat ze zo iets had gezegd... een stommeling, ja, dat was ze. De brok, die zo maar opeens in haar keel schoot, smoorde haar bijna, maar een paar woorden wisten zich toch nog een uitweg te banen: 'Ik wil niet... Ik wwil nniet... o, vader!' 'Daar hebben we het al. Kijk nu eens wat je bereikt hebt. ' Lizzie was opgesprongen, ze trok Mary Ann naar zich toe en drukte haar hoofdje tegen zich aan. Mike stond ook van tafel op; hij ging naar de schoorsteenmantel, greep blindelings naar zijn pijp en mompelde kwaad: 'Zo was het niet bedoeld. ' En Michael, die zich de allergrootste inspanning van zijn hele leven getroostte in een poging iets luchtigs te debiteren, slak zijn hand uit, gaf zijn zusje een vriendelijk duwtje tegen haar schouder en zei met een stem, die verre van vast klonk: 'Nou zal ik eens lekker wraak op je kunnen nemen! Je zat me altijd te plagen met dat lyceum, maar een pensionaat is nog veel erger, hoor! Je stelt je zó deftig aan als je terugkomt dat we geen woord van je verstaan. Je praat net zo aanstellerig als al die mensen daar in het zuiden. ' Mary Anns huilen hield op en met een bibberende zucht wendde ze zich van haar moeder af en schreeuwde Michael toe: 'Niks van waar... nietes! Ze zullen van mij geen aanstellerige nuf maken, nooit hoor. Nooit... hè vader?' Op het geluid van haar stem draaide Mike zich naar haar toe en dwars door de lange, glanzend geboende keuken lachte hij haar teder toe en schudde langzaam het hoofd. 'Nee, ' zei hij. 'Nee, neem je dat nu meteen vast voor. Laat niemand een aanstelster van je maken... wil je nog steeds graag gaan?' Hij vroeg het heel zacht en rustig, maar toch vulde zijn stemgeluid de hele keuken. Nu schoten Lizzies blikken tussen die twee heen en weer en ze wist Mary Anns blik te trekken. Wat Mary Ann daar in haar moeders ogen las, smoorde de waarheid die haar op de lippen lag en herinnerde haar met kracht aan de koop die ze met meneer Lord had gesloten. 'Ja, vader, ' zei ze. 'Weet je 't zeker?' 'Ja, vader. ' Ze keken elkaar aan tot Lizzie het niet langer kon uithouden. Ze stapelde kletterend de ontbijtborden op elkaar. Terwijl ze dit deed, zei ze: 'Nou, ik moet zeggen dat het lekkere ontbijt helemaal in het water is gevallen. ' Ze liep met het vaatwerk naar de bijkeuken, zette het op de aanrecht neer en bleef een ogenblik tegen de tafel aangeleund staan, met een hand aan de kraag van haar blouse. Als het kind nu eens nee had gezegd! Hij zou in actie zijn gekomen en zonder er gras over te laten groeien. En dan, daar kon je zeker van zijn, dan zou het over de hele linie tot een explosie zijn gekomen. Lizzie wist wel dat meneer Lord, als hij in zijn plannen om Mary Ann een goede opvoeding te geven, werd gedwarsboomd, hij Mike hoogstwaarschiinlijk niet zou behandelen zoals hij nu deed, ook al voerde Mike de moeilijke opdracht van het beheren van de boerderij veel beter uit dan ze ooit had durven hopen. Zowel meneer Lord als Mary Ann, dat wist ze ook, leefden in de veronderstelling dat zij, en zij alleen, van de koop wisten die tussen hen was gesloten. Die koop hield in dat, als Mary Ann erin toestemde naar kostschool te gaan, haar vader de kans zou krijgen het beheer over de boerderij op zich te nemen. Hoe het allemaal in zijn werk was gegaan, wist zij niet, maar zekere omstandigheden die op Mikes benoeming waren uitgelopen deden maar al te duidelijk Mary Anns hand vermoeden, die Mikes bestemming leidde. Mocht Mike enig flauw vermoeden van de toedracht hebben gehad, dan was dat in elk geval door Mary Ann zelf in slaap gesust. Mike kende Mary Ann niet zoals zij dat deed. Op de een of andere wijze vertroebelde juist zijn grote liefde zijn blik, en als het ooit zou uitkomen dat hij zijn huidige succes niet alleen aan zijn kundigheid had te danken, maar ook aan het feit dat zijn kind zich had verkocht en zo zou hij het stellig noemen wég waren dan de boerderij en hun leven van geborgenheid en veiligheid. Ze achtte hem zelfs in staat om gebruik te maken van de proeftijd van zes maanden, waarin hij nu werkte, om een eind aan hun leven hier te maken, alleen om zijn zelfrespect te bewaren. Morgenavond, als ze het kind honderden kilometers ver weg, daarginds in het zuiden in de buurt van St. Leonards, achterliet, dan zou ze, dat voelde ze, een stuk van haar eigen leven achterlaten. Maar desondanks verlangde ze nu naar het ogenblik waarop Mary Ann goed en wel ondergebracht zou zijn, als het ellendigste deel van deze hele kwestie achter de rug zou zijn en de toekomst van hen allemaal verzekerd... Nu ja, zo verzekerd als iemands toekomst kon wezen als je rekening hield met het noodlot, in de vorm van de fles die hun huwelijksleven had geteisterd. Maar, vreemd genoeg, maakte ze zich op het ogenblik nog het minst bezorgd over Mikes zwakheid. Het was Mary Anns flinkheid waarover ze zich bezorgd maakte. Zou die groot genoeg zijn om het kind door deze laatste stadia heen te helpen? Ten slotte was het nog maar een kind, zij was nog geen negen. Nog maar zo kort geleden, dacht Lizzie vertederd, was zij een baby geweest. Was het niet te veel van haar verlangd, dat zij zich van Mike zou laten scheiden, van Mike, die de kern van haar hele wezen uitmaakte, terwijl ze maar een teken hoefde te geven en hij zou zeggen: 'laat al die geleerdheid naar de drommel lopen! Ze heeft geen zin om te gaan en ze gaat niet!' Lizzie slaakte een lange, pijnlijke zucht. Was het maar morgenochtend, waren ze maar vast onderweg! Het ging er nu maar om haar vandaag bezig te houden en zoveel mogelijk uit Mikes buurt, zonder dat hij zich er over beklaagde. En dus vroeg ze, terwijl ze de keuken weer inliep, opgewekt: 'Nou, wat ga jij vandaag doen?' 'Wie... ik, moeder?' 'Ja, jij, wie anders? Ik weet gewoonlijk best wat de rest van de familie van plan is!' Lizzie lachte, en Mary Ann zei, een heel klein beetje gewichtig: 'Nou, kijk, ik moet bij een heleboel mensen op visite. Ik moet mevrouw McBride gaan opzoeken, en ik moet Mary en Agnes gedag gaan zeggen. O ja, en ik moet natuurlijk naar pastoor Owen en... en naar wie nog meer?' Terwijl ze peinzend voor zich uitkeek, met haar hoofdje schuin, keken Mike en Michael eerst naar haar en toen keken ze elkaar aan. Zij knikten en zeiden allebei tegelijk, haar stem en manier van praten imiterend: 'En, o ja, naar die akelige Sarah Flannagan. ' Nu werd er weer gelachen in de keuken en Mary Ann vloog van haar vader naar Michael, luid roepend: 'Och, jullie ook altijd! Altijd moeten jullie me plagen!' En door Lizzies zorgen mengde zich een spoortje blijheid. Dat beetje initiatief van

See more

The list of books you might like

Most books are stored in the elastic cloud where traffic is expensive. For this reason, we have a limit on daily download.